Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 10

spray

Donderdag 28 november stond de tiende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Een toeschouwer probeert binnen het doelgebied de bal tegen te houden, die in het doel dreigt te gaan. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt toch in het doel. Wat is de spelhervatting?
A. Een aftrap na geldig doelpunt.
B. Een doelschop.
C. Een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.
D. Een scheidsrechtersbal.

Vraag 2
Een aanvaller van partij A maakt binnen het strafschopgebied van partij B hands. Een verdediger van partij B speelt de bal nu uit de toegekende vrije schop naar een medespeler. Doordat de verdediger de bal niet goed raakt, verdwijnt de bal binnen het strafschopgebied over de doellijn. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij laat de vrije schop overnemen.
B. Hij kent een hoekschop toe.
C. Hij kent een doelschop toe.
D. Hij kent een doelpunt of hoekschop toe.

Vraag 3
Eén van de machtsmiddelen van de scheidsrechter is het geven van persoonlijke straffen (waarschuwing en wegzenden). Wanneer begint die bevoegdheid?
A. Zodra de scheidsrechter het speelveld betreedt tijdens de controle voorafgaand aan de wedstrijd.
B. Zodra de scheidsrechter het teken heeft gegeven om de beginschop te laten nemen.
C. Zodra de aftrap voor de eerste helft op reglementaire wijze is genomen.
D. Zodra alle spelers staan opgesteld.

Vraag 4
Tijdens het spel ziet de scheidsrechter dat een vervangen speler vanuit de dug-out spuwt naar een tegenstander, die binnen het speelveld loopt. Wat moet de scheidsrechter beslissen, nadat hij hiervoor het spel heeft onderbroken?
A. Hij stuurt de spuwende speler weg en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
B. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar hij de tegenstander raakte of geraakt zou hebben.
C. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond toen hij het spel onderbrak.
D. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal het laatst geraakt werd.

Vraag 5
Een aanvaller, staande naast het doel en achter de doellijn van de tegenpartij, gooit een kluit modder naar een in het doelgebied staande verdediger. De scheidsrechter heeft dit gezien en onderbreekt hiervoor het spel. Wat is de beslissing van de scheidsrechter?
A. De aanvaller wegzenden en een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op elke willekeurige plaats in het doelgebied.
B. De aanvaller wegzenden en een directe vrije schop voor de verdedigende partij op elke willekeurige plaats in het doelgebied.
C. De aanvaller wegzenden en een scheidsrechtersbal op de doellijn ter hoogte van de aanvaller.
D. De aanvaller wegzenden en een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal het laatst geraakt werd.

Antwoorden:

1 2 3 4 5
A B A B B