Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 12

Na de beeldvragen van ronde 11 stond donderdag 20 december de twaalfde ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
De nemer van de strafschop onderbreekt zijn aanloop vlak voor de bal. Vervolgens loopt hij door en schiet de bal naar het doel. Deze wordt door de doelverdediger gestopt, maar komt echter terecht bij een andere aanvaller, die de bal alsnog in het doel schiet. Hoe reageert de scheidsrechter?
A. Hij keurt het doelpunt goed; deze vorm van misleiden is niet strafbaar.
B. Hij keurt het doelpunt goed, want het werd gescoord door een andere speler dan de nemer van de strafschop.
C. Hij keurt het doelpunt af, geeft de nemer een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen de aanvaller (op de plaats van de misleiding).
D. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen de aanvaller.

Vraag 2
Op de speelhelft van partij A laat de scheidsrechter het spel hervatten door middel van een scheidsrechtersbal. De bal verlaat echter het speelveld over de zijlijn door een oneffenheid in het veld, voordat iemand de bal had kunnen spelen. Hoe hervat de scheidsrechter het spel nu?
A. Een inworp door partij A, omdat deze de verdedigende partij is.
B. Een indirecte vrije schop voor partij A.
C. Wederom een scheidsrechtersbal.
D. Een inworp door partij B, omdat deze de aanvallende partij is.

Vraag 3
In de rust wisselt vereniging A een speler. Dit wordt volgens de regels aan de scheidsrechter gemeld. Als de ploegen klaar staan voor de aftrap, beledigt de wisselspeler van A, die dus net het speelveld ingekomen is, de assistent-scheidsrechter. Deze speler wordt direct weggestuurd door het tonen van de rode kaart. Mag de wisselspeler worden vervangen als ploeg A nog niet alle wisselspelers heeft verbruikt?
A. Dat zou wel mogen bij het begin van de wedstrijd; niet bij het begin van de tweede helft.
B. Dat zou wel mogen als de belediging buiten het speelveld had plaatsgevonden; in deze situatie niet.
C. Dat mag; het spel is nog niet hervat; de wissel is nog niet onherroepelijk.
D. Dat mag, zolang de wisselspeler de bal nog niet heeft gespeeld.

Vraag 4
Bij een schermutseling voor het doel krijgt de scheidsrechter de bal in zijn gezicht. Als hij weer in staat is het spel te volgen, ligt de bal in het doel en staat hij tussen juichende en protesterende spelers. Hoe moet hij nu handelen?
A. Het doelpunt toekennen.
B. De assistent-scheidsrechters raadplegen en op grond van hun advies een beslissing nemen.
C. Op de plaats waar hij de bal in het gezicht kreeg, een scheidsrechtersbal geven.
D. Op de plaats waar hij de bal in het gezicht kreeg, een indirecte vrije schop toekennen aan de verdedigende partij.

Vraag 5 (open vraag)
Wanneer mag de scheidsrechter op een beslissing terugkomen en wanneer niet?

Antwoorden:

1

2

3

4

A

C

C

B

Vraag 5: Wanneer mag de scheidsrechter op een beslissing terugkomen en wanneer niet?

  1. Hij mag op een beslissing terugkomen wanneer hij inziet dat de beslissing onjuist was, of op advies van een andere wedstrijdofficial
  2. Dit mag echter niet als hij het spel heeft hervat of
  3. wanneer de scheidsrechter het eind van de eerste of tweede helft heeft aangegeven (inclusief blessuretijd) en het speelveld heeft verlaten of
  4. de wedstrijd heeft beëindigd.