Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 13

Spelregels SAO

Donderdag 31 januari stond de dertiende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Bij een inworp blijft de inwerper zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit om te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?
A. Met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
B. Met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
C. Met een inworp voor dezelfde partij.
D. Met een inworp voor de tegenpartij.

Vraag 2
Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn om een aanvaller in buitenspelpositie te zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen stapt de verdediger weer het speelveld in. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
A. Hij laat doorspelen.
B. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de verdediger het veld in kwam.
C. Hij laat doorspelen en zal de verdediger bij de eerstvolgende onderbreking een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld.
D. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

Vraag 3
Als tijdens een wedstrijd een strafschop moet worden genomen, neemt een veldspeler de plaats van de doelverdediger in. Mag dat?
A. Dat mag wel; hij hoeft niet als doelverdediger herkenbaar te zijn.
B. Dat mag wel; hij moet wel als doelverdediger herkenbaar zijn.
C. Dat mag niet.
D. Er zijn hieromtrent geen voorschriften.

Vraag 4
Een aanvaller geeft de doelverdediger een schouderduw op het moment dat deze één voet van de grond heeft. De doelverdediger valt daardoor met bal en al in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Een indirecte vrije schop voor de doelverdediger.
B. Een geldig doelpunt.
C. Een indirecte vrije schop voor de doelverdediger plus een waarschuwing voor de aanvaller door het tonen van de gele kaart.
D. Een directe vrije schop voor de doelverdediger, want deze mag niet worden aangevallen (of geduwd) als hij de bal in zijn bezit heeft.

Vraag 5
Als de bal uit een doelschop op weg is naar de lijn van het strafschopgebied, komt een aanvaller het strafschopgebied binnen lopen. Hij wordt nu door een verdediger, die is meegelopen binnen dit gebied, vastgehouden waardoor de aanvaller ten val komt. Hoe reageert de scheidsrechter?

disciplinaire straf:
A. geen kaart
B. gele kaart
C. rode kaart

spelstraf/hervatting:
A. indirecte vrije schop
B. directe vrije schop
C. strafschop
D. scheidsrechtersbal
E. doelschop

plaats van hervatting:
a. waar de bal was
b. op de lijn van het doelgebied
c. willekeurig punt in doelgebied
d. vanaf de strafschopstip
e. op de lijn van het strafschopgebied

 

 

 

 

 Antwoorden: 

1

2

3

4

5

C

C

B

D

B

E

C