Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 14

Spelregels SAO

Donderdag 16 januari stond de veertiende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1:
De doelverdediger weet een terugspeelbal maar ternauwernood met de vingertoppen over het doel te tikken en voorkomt hiermee een doelpunt. Hoe zal de scheidsrechter het spel hier laten hervatten?
A. Strafschop
B. Indirecte vrije schop.
C. Hoekschop
D. Doelschop

Vraag 2:
Vlakbij de hoekvlag trappen twee tegenstanders tegelijk tegen de bal, waarna deze precies over de hoekvlag het veld verlaat. Welk advies moet de assistent-scheidsrechter geven?
A. Doelschop
B. Hoekschop
C. Inworp toekennen aan de verdedigende partij.
D. Inworp toekennen aan de aanvallende partij.

Vraag 3:
Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger misleid doordat op het moment van schieten de strafschopnemer iets roept. Wat beslist de scheidsrechter indien de bal in het doel gaat?
A. Directe vrije schop tegen de strafschopnemer.
B. Overnemen van de strafschop en een gele kaart voor onsportief gedrag.
C.  Doelpunt
D. Indirecte vrije schop tegen de strafschopnemer en een gele kaart voor onsportief gedrag.

Vraag 4
Een inworp wordt verkeerd uitgevoerd, maar komt daardoor bij een tegenspeler terecht die daar duidelijk voordeel van heeft en een aanval wil opzetten. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. De scheidsrechter past voordeel toe en laat het spel dus doorgaan.
B. De scheidsrechter fluit af en laat de inworp overnemen.
C. De scheidsrechter fluit af en laat de inworp door de tegenpartij nemen.
D. De scheidsrechter fluit af en hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal het laatst geraakt werd.

Vraag 5
In de eerste helft toont de scheidsrechter een speler een gele kaart. De speler wordt tijdens de rust door de trainer gewisseld (met kennisgeving aan de scheidsrechter) en neemt na de pauze plaats in de dug-out. Tijdens de tweede helft loopt deze gewisselde speler vanaf de bank naar de zijlijn en maakt zich schuldig aan onsportief gedrag. De scheidsrechter fluit af, loopt naar de gewisselde speler toe en:
A. Toont de gewisselde speler zijn tweede gele kaart, gevolgd door een rode kaart.
B. Toont de gewisselde speler zijn tweede gele kaart, gevolgd door een rode kaart en geeft de aanvoerder van het team van de gewisselde speler opdracht zijn team tot 10 spelers terug te brengen.
C. Toont de gewisselde speler meteen een rode kaart.
D. Laat de gewisselde speler plaatsnemen achter de afrastering zonder daarbij een kaart te tonen.

Antwoorden:

1 2 3 4 5
B C B C A