Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 15

spray

Donderdag 30 januari stond de vijftiende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1: 
Als de bal uit een scheidsrechtersbal op de grond is gekomen, wil een speler de bal naar zijn doelverdediger toespelen, maar hij trapt de bal rechtstreeks in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hoekschop
B. Doelschop
C. Doelpunt
D. Scheidsrechtersbal opnieuw nemen.

Vraag 2: 
Uit de aftrap 2e helft schiet de nemer de bal rechtstreeks op het doel van de tegenpartij. Op het moment dat de bal ter hoogte van de strafschopstip is, ziet de scheidsrechter dat de bal in een leeg doel dreigt te gaan, omdat er geen doelverdediger van die partij op het speelveld staat.
Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij wacht af en als de bal in het doel gaat, kent hij een doelpunt toe.
B. Hij wacht af en als de bal in het doel gaat, laat hij de aftrap overnemen.
C. Hij fluit af, geeft opdracht om een doelverdediger aan te wijzen die als zodanig herkenbaar is en hervat het spel met een scheidsrechtersbal in het strafschopgebied voor de nieuwe doelverdediger.
D. Hij fluit af, geeft opdracht om een doelverdediger aan te wijzen die als zodanig herkenbaar is en laat de aftrap overnemen.

Vraag 3: 
Een aanvaller wordt binnen het strafschopgebied van de tegenpartij ten val gebracht en raakt daarbij geblesseerd De scheidsrechter kent een strafschop toe. Na een korte behandeling op het speelveld wordt de verzorging buiten het speelveld en naast het doel voortgezet. Daar aangekomen vraagt de aanvaller meteen aan de scheidsrechter of hij heel even wil wachten omdat hij zelf de strafschop wil nemen.
Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. De scheidsrechter mag dit alleen toestaan als hierbij de verdediger een gele of rode kaart heeft ontvangen.
B. De scheidsrechter mag dit toestaan en moet de verloren gegane tijd bijtellen.
C. De scheidsrechter staat dit niet toe, want de speler mag pas terug het speelveld in als het spel is hervat en na goedkeuring van de scheidsrechter.
D. De scheidsrechter staat dit niet toe, want de speler moet nu eerst naar de zijlijn om terug te mogen keren en daar gaat te veel tijd mee verloren.

Vraag 4: 
Een aanvaller staat in een strafbare buitenspelpositie op het moment van spelen. Hij beweegt zich echter richting eigen speelhelft en ontvangt de bal als hij zich bevindt op ± 5m van de middenlijn en op zijn eigen speelhelft. Waar zal het spel met een indirecte vrije schop hervat moeten worden?
A. Waar de speler was op het moment dat de bal gespeeld werd.
B. Op de middenlijn.
C. Waar de bal was toen de SR affloot.
D. Waar de speler de bal ontving.

Vraag 5: 
Met de bal tussen de benen geklemd slaagt een aanvaller er al huppend in het doelvlak van de tegenpartij volledig te passeren. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Indirecte vrije schop tegen de aanvaller. Men mag niet de bal met twee benen klemmen.
B. Indirecte vrije schop tegen de aanvaller en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
C. Indirecte vrije schop tegen de aanvaller, omdat deze speelwijze gevaarlijk spel uitlokt.
D. Aftrap na geldig doelpunt.

 

 

 

 

Antwoorden:

1

2

3

4

5

A

C

B

D

D