Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 15

Hieronder vindt u de spelregelvragen die bij de SAO Apeldoorn zijn behandeld op donderdagavond 1 februari. Onderaan de pagina kunt u uw antwoorden nakijken.

Vraag 1
De nemer van een strafschop komt tijdens zijn aanloop ten val, maar krabbelt snel op en na enkele passen schiet hij de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij kent het doelpunt toe en laat aftrappen na geldig doelpunt.
B. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
C. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije voor de tegenpartij.
D. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

Vraag 2
Op het moment dat de bal in het doelgebied is, raken twee spelers van verschillende teams met elkaar in gevecht op de rand van het strafschopgebied. De scheidsrechter onderbreekt het spel en toont beide spelers de rode kaart. Hoe en waar moet hij nu het spel hervatten?
A. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
C. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op een willekeurige plaats in het doelgebied.
D. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar het gevecht plaatsvond.

Vraag 3
Bij een inworp blijft de inwerper zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit om te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?
A. Met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
B. Met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
C. Met een inworp voor dezelfde partij.
D. Met een inworp voor de tegenpartij.

Vraag 4
Een wisselspeler loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de twaalfde speler zien gebeuren. Hoe reageert hij?
A. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.
B. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een strafschop.
D. Hij onderbreekt het spel, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat met een strafschop.

Vraag 5 (open vraag)
De doelverdediger, die buiten zijn doelgebied staat, werpt een bidon tegen de bal, waardoor een vrij voor het doel komende aanvaller de bal over het doel schiet. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

 

 

 

 

 

Antwoorden:

1 2 3 4
A B C C

 

Vraag 5 (open vraag):
De doelverdediger, die buiten zijn doelgebied staat, werpt een bidon tegen de bal, waardoor een vrij voor het doel komende aanvaller de bal over het doel schiet. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

  1. De doelverdediger wordt door het tonen van de rode kaart van het veld gezonden.
  2. Er zal een nieuwe doelverdediger dienen te komen, die qua tenue te onder­scheiden is van de veldspelers, de scheidsrech­ter en de assistent-scheidsrechters.
  3. Als de bal wordt geraakt binnen het strafschopgebied dan wordt hervat met een strafschop.
  4. Indien de bal geraakt is buiten het strafschopgebied dan wordt hervat met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal werd geraakt.