Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 16

Spelregels SAO

Donderdag 7 maart stond de zestiende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Stelling 1: Indien de bal achteruit gespeeld wordt, kan er bij de volgende aanraking van de bal geen sprake zijn van strafbaar buitenspel.
Stelling 2: Een aanvaller die op gelijke hoogte staat met de doelverdediger van de tegenpartij kan niet buitenspel staan.
A. Alleen Stelling 1 is juist
B. Alleen Stelling 2 is juist
C. Beide Stellingen zijn onjuist
D. Beide Stellingen zijn juist.

Vraag 2
Een speler neemt een strafschop door de bal evenwijdig aan de doellijn te spelen. Een medespeler die niet te vroeg toeliep schiet de bal nu in het doel. In het verdere proces zijn geen overtredingen gemaakt. Wat is nu de beslissing van de scheidsrechter?
A. Aftrap na geldig doelpunt
B. Strafschop overnemen
C. Indirecte vrije schop + gele kaart nemer strafschop
D. Indirecte vrije schop

Vraag 3
De witte wedstrijdbal raakt stuk en moet worden vervangen. De enige beschikbare reservebal is oranje. Mag de scheidsrechter met deze bal verder gaan, als de wedstrijd bij daglicht wordt gespeeld?
A. Nee, witte ballen worden alleen bij lichtwedstrijden gebruikt.
B. Ja, maar alleen als de aanvoerder van de bezoekers geen bezwaar heeft.
C. Ja, er is geen enkel voorschrift ten aanzien van de kleur van de bal.
D. Nee, de vervangende bal moet dezelfde kleur hebben als de oorspronkelijke.

Vraag 4
Bij welke van de onderstaande overtredingen moet het spel hervat worden met een indirecte vrije schop?
A. Een speler maakt een discriminerende opmerking naar een tegenstander.
B. Een doelverdediger pakt de bal op die uit een directe vrije schop doelbewust met de knie is toegespeeld door een medespeler.
C. Een speler valt een tegenstander met gestrekte benen aan.
D. Een speler maakt een sliding en brengt daarbij een tegenstander ten val.

Vraag 5
In welk van de volgende situaties tijdens het nemen van een strafschop dient de scheidsrechter te beslissen dat de strafschop wordt overgenomen?

Slechts 3 van de volgende 6 antwoorden zijn juist. Welke?
A. De nemer onderbreekt zijn aanloop bij de bal en schiet daarna de bal in het doel.
B. De nemer onderbreekt halverwege zijn aanloop, loopt daarna door en schiet de bal in het doel
C. De doelverdediger roept iets naar de nemer op het moment dat hij schiet, terwijl een medespeler van de nemer te vroeg toeloopt, en de bal gaat in het doel
D. Een medespeler van de nemer loopt plotseling toe en schiet de bal in het doel
E. Een medespeler van de doelverdediger loopt te vroeg toe en de bal gaat naast
F. De bal raakt lek op het moment dat de nemer de bal schiet en de bal gaat daarna in het doel

Antwoorden:

1

2

3

4

5

C

D

C

A

C

E

F