Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 20

Spelregels SAO

Donderdag 11 april stond de twintigste ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
De doelverdediger duikt naar de bal, waarna deze klem komt te zitten tussen zijn hand en de doelpaal. Een speler tikt de bal daarna voorzichtig in het doel. Wanneer is dit doelpunt geldig?
A. Als de bal wordt gespeeld door een tegenstander van de doelverdediger.
B. Dit doelpunt is altijd geldig.
C. Als de bal wordt gespeeld door een medespeler van de doelverdediger.
D. Dit doelpunt is nooit geldig.

Vraag 2
Bij een stevig duel aan de rand van het strafschopgebied komen een verdediger en een aanvaller ten val. Omdat de verdediger vindt dat er een overtreding is gemaakt en omdat de scheidsrechter niet fluit, pakt de verdediger de bal binnen zijn strafschopgebied in zijn handen en hij werpt de bal met kracht in het gezicht van de aanvaller die een meter buiten het strafschopgebied staat.
Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij kent een strafschop toe.
B. Hij toont de verdediger een gele kaart en kent een strafschop toe.
C. Hij toont de verdediger een rode kaart en kent een strafschop toe.
D. Hij toont de verdediger een rode kaart en kent de tegenpartij een directe vrije schop toe op de plaats waar de aanvaller werd geraakt.

Vraag 3
Aan welke van de onderstaande voorwaarde behoeft een wissel niet te voldoen?
A. De scheidsrechter moet op de hoogte zijn gebracht voordat een beoogde wissel plaatsvindt
B. Tijdens een onderbreking van de wedstrijd
C. Nadat de te vervangen speler t.h.v. de middenlijn het speelveld heeft verlaten
D. Nadat de wisselspeler een teken heeft gekregen van de scheidsrechter

Vraag 4
Bij welke van de onderstaande overtredingen moet het spel hervat worden met een directe vrije schop of strafschop?
A. Een speler trapt een medespeler binnen het speelveld.
B. Een speler verlaat tijdens het spel het speelveld en trapt daar een toeschouwer.
C. Een speler probeert een fotograaf achter het doel te slaan.
D. Een toeschouwer spuwt van buiten het speelveld een speler in het speelveld in het gezicht.

Vraag 5 (open vraag)
Waar moet de scheidsrechter op letten als het spel na een oponthoud weer hervat wordt?

Antwoorden:

1

2

3

4

C

C

C

A

Vraag 5
Waar moet de scheidsrechter op letten als het spel na een oponthoud weer hervat wordt?

• Dat er zich geen onbevoegden op het speelveld bevinden.
• Dat het spel op de juiste plaats
• Dat het spel op de juiste wijze wordt hervat.
• Dat de verloren gegane speeltijd in dezelfde speelhelft wordt bijgeteld.