Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 21

Donderdag 18 april stond de 21e ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Een verdediger brengt buiten het strafschopgebied een aanvaller ten val en ontneemt hem daardoor een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter past echter de voordeelregel toe, omdat de bal bij een medespeler komt die in een uitstekende positie komt om te scoren. Hij verzilvert deze kans echter niet, want hij schiet de bal naast het doel. Wat beslist de scheidsrechter nu?
A. Hij toont de verdediger alsnog de rode kaart, omdat er niet onmiddellijk na het voordeel gescoord werd.
B. Hij toont de verdediger alsnog de rode kaart, omdat er volgens de regels daarna per se gescoord moet worden.
C. Hij toont de verdediger de gele kaart, omdat er door het voordeel een duidelijke scoringskans bleef bestaan.
D. Hij geeft alsnog een strafschop en geeft de verdediger geen disciplinaire straf.

Vraag 2
Een verdediger tracht met buitensporige inzet met zijn voet de bal bij een tegenstander voor de voeten weg te spelen. Dit lukt hem, doch door zijn actie komt de tegenstander ten val. Hoe dient de scheidsrechter hier te handelen?
A. Hij laat doorspelen.
B. Hij onderbreekt het spel en kent een indirecte vrije schop toe.
C. Hij onderbreekt het spel en kent een directe vrije schop toe.
D. Hij onderbreekt het spel en kent een directe vrije schop c.q. strafschop toe.

Vraag 3
Tijdens het spel ziet de scheidsrechter dat een vervangen speler vanuit de dug-out spuwt naar een tegenstander, die binnen het speelveld loopt. Wat moet de scheidsrechter beslissen, nadat hij hiervoor het spel heeft onderbroken?
A. Hij stuurt de spuwende speler weg en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
B. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar hij de tegenstander raakte of geraakt zou hebben.
C. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond toen hij het spel onderbrak.
D. Hij toont de spuwende speler de rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.

Vraag 4
Een paar meter voor het doel kopt een verdediger de bal veel te laag weg op het moment dat een aanvaller de bal in het lege doel wil schieten. Wat moet de scheidsrechter beslissen als de bal daardoor over de doellijn naast het doel gaat.
A. Hij kent een hoekschop toe.
B. Hij toont de verdediger een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de verdediger zich schuldig maakte aan gevaarlijk spel.
C. Hij toont de verdediger een rode kaart en laat het spel hervatten met een strafschop wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans.
D. Hij toont de verdediger een rode kaart wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

Vraag 5 (open vraag)
Tijdens het spel trapt een speler bij herhaling de bal met opzet ver buiten het speelveld, omdat zijn partij voorstaat en het eindsignaal niet lang meer op zich laat wachten. Hoe zal de scheids­rechter hier handelen?

Antwoorden:

1

2

3

4

C

D

B

D

Vraag 5
Tijdens het spel trapt een speler bij herhaling de bal met opzet ver buiten het speelveld, omdat zijn partij voorstaat en het eindsignaal niet lang meer op zich laat wachten. Hoe zal de scheids­rechter hier handelen?

Antwoord:

  1. De scheidsrechter zal deze speler een waarschuwing geven door het tonen van een gele kaart.
  2. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de speler de bal trapte.
  3. Was dit in het doelgebied, dan moet de vrije schop worden genomen op die lijn van het doelge­bied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats van de overtreding.
  4. De verloren gegane tijd moet worden bijgeteld.