Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 22

Spelregels SAO

Donderdag 25 april stond de 22e ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Een assistent-scheidsrechter vlagt omdat er sprake is van strafbaar buitenspel. De scheidsrechter mist dit vlagsignaal maar hij fluit af omdat hij kort hierna een verdediger op de rand van zijn strafschopgebied een tegenstander zag slaan. Hij loopt in de richting van het strafschopgebied, toont de verdediger de rode kaart en ziet dan dat de assistent-scheidsrechter met de vlag in de lucht staat omdat hij buitenspel heeft geconstateerd. Hoe moet de scheidsrechter nu het spel laten hervatten als hij akkoord gaat met de uitleg van de assistent-scheidsrechter?
A. Met een directe vrije schop op de rand van het strafschopgebied.
B. Met een strafschop.
C. Met een scheidsrechtersbal op de rand van het strafschopgebied.
D. Met een indirecte vrije schop wegens strafbaar buitenspel.

Vraag 2
Een speler die in de eerste helft is bestraft met een gele kaart wordt tijdens de rust door zijn trainer gewisseld. Deze gewisselde speler heeft tijdens de tweede helft plaatsgenomen op de reservebank en levert vanaf die positie luidkeels commentaar op de leiding zonder daarbij beledigend te zijn.  De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Wat moet hij nu beslissen?
A. Hij stuurt de speler naar de tribune zonder een kaart te tonen.
B. Hij toont de speler alleen een gele kaart.
C. Hij toont de speler een gele kaart, direct gevolgd door de rode kaart.
D. Hij toont de speler een gele kaart en geeft de aanvoerder van het team van deze speler opdracht om het aantal spelers van zijn team op het speelveld terug te brengen tot tien.

Vraag 3
Als de bal uit een scheidsrechtersbal op de grond is gekomen, wil een speler de bal naar zijn doelverdediger toespelen, maar hij trapt de bal rechtstreeks in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hoekschop
B. Doelschop
C. Doelpunt
D.Scheidsrechtersbal overnemen

Vraag 4
Een wisselspeler, die zonder toestemming van de scheidsrechter het veld in is gekomen, wordt in het strafschopgebied van de tegenpartij door een tegenstander tegen de benen geschopt.
Op dat moment constateert de scheidsrechter, dat deze wisselspeler zich tegen de regels op het speelveld bevindt. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?
A. Hij toont de schoppende speler een rode kaart, toont de wisselspeler een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen de schoppende speler.
B. Hij toont de schoppende speler een rode kaart, toont de wisselspeler een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen de wisselspeler op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
C. Hij toont de schoppende speler een rode kaart, toont de wisselspeler een gele kaart en laat het spel hervatten met een strafschop tegen de schoppende speler.
D. Hij toont de schoppende speler een rode kaart, toont de wisselspeler een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Vraag 5
De scheidsrechter fluit. Hij toont een speler de rode kaart en hervat met een indirecte vrije trap. Welke 2 antwoorden zijn juist?
A. Speler beledigt een tegenstander.
B. Speler slaat een official.
C. Speler trapt een medespeler.
D. Speler gooit herhaaldelijk verkeerd in.
E. Speler voorkomt met en te hoog been een scoringskans zonder tegenstander te raken.

 




 

 

Antwoorden:

1

2

3

4

5

D

C

A

C

A

E