Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 23

Hieronder vindt u de spelregelvragen die bij de SAO Apeldoorn zijn behandeld op donderdagavond 12 april. Onderaan de pagina kunt u uw antwoorden nakijken.

Vraag 1
Tijdens de wedstrijd onderbreekt de scheidsrechter het spel, omdat een wisselspeler het veld inloopt om een bidon op te rapen die binnen het speelveld is blijven liggen bij een blessure behandeling. Hij verhindert hierbij een speler van de tegenpartij dat deze de bal kan spelen. Hoe zal het spel nu hervat moeten worden?
A. Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was bij de onderbreking.
B. Met een scheidsrechtersbal waar de wisselspeler stond tijdens de onderbreking.
C. Met een indirecte vrije schop op de plaats waar de wisselspeler stond bij de onderbreking.
D. Met een directe vrije schop op de plaats waar de het ingrijpen plaatsvond.

Vraag 2
Mag een inworp geknield worden uitgevoerd?
A. Ja, mits de uitvoering correct verloopt en vanaf de juiste plaats.
B. Ja, mits hij met één voet achter de lijn blijft.
C. Neen, beide voeten moeten zich bevinden op de zijlijn.
D. Neen, tenzij de inwerper geblesseerd is.

Vraag 3
Na het scoren van een doelpunt trekt een speler zijn shirt over zijn hoofd zonder het uit te trekken. De speler draagt onder het over zijn hoofd getrokken shirt nóg een shirt, identiek aan het shirt dat hij over zijn hoofd heeft getrokken, dus inclusief rugnummer. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij vermaant de speler dit niet meer te doen.
B. Hij toont de speler een gele kaart.
C. Hij staat dit toe omdat het ondershirt gelijk is aan het shirt dat is uitgetrokken.
D. Hij staat dit toe omdat de speler geen reclame, politieke, religieuze of persoonlijke uiting op het shirt heeft staan.

Vraag 4
Een aanvaller is in de netruimte van het doel van de tegenpartij terecht gekomen. Bij een schot op doel roept de aanvaller vanaf die positie iets naar de doelverdediger, die daardoor wordt afgeleid en de bal verdwijnt in het doel. Welke spelhervatting is van toepassing?
A. Aftrap na geldig doelpunt.
B. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij binnen het doelgebied.
C. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
D. Scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.

Vraag 5 (open vraag)
Nadat in een strafschoppenserie alle spelers van beide teams een strafschop hebben genomen is er nog geen winnaar. De scheidsrechter besluit om het vervolg van de strafschoppenserie op het andere doel af te laten werken. Team A besluit in die vervolgserie om een andere volgorde van strafschopnemers te hanteren. Zijn deze zaken juist? Verklaar je antwoord.

 

 

 

Antwoorden:

1 2 3 4
D A B B

Vraag 5 (open vraag):
Nadat in een strafschoppenserie alle spelers van beide teams een strafschop hebben genomen is er nog geen winnaar. De scheidsrechter besluit om het vervolg van de strafschoppenserie op het andere doel af te laten werken. Team A besluit in die vervolgserie om een andere volgorde van strafschopnemers te hanteren. Zijn deze zaken juist? Verklaar je antwoord.

  1. Een strafschoppenserie moet in hetzelfde strafschopgebied worden afgewerkt.
  2. Dit mag alleen worden veranderd als het doel of het veldoppervlak onbruikbaar zijn geworden.
  3. Wanneer alle gerechtigde spelers een strafschop hebben genomen, hoeft dezelfde volgorde als in de eerste ronde niet in acht te worden genomen.