Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 24

Donderdag 16 mei stond de 24e ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit door de scheidsrechter opgemerkt. Op welke manier zal deze nu juist handelen?
A. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft dan beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
B. Hij neemt geen verdere actie aangezien de wissel in de rust heeft plaatsgevonden.
C. Hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
D. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. Speelt één van beide spelers de bal echter eerder, dan zal hij het spel onderbreken, beide spelers een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart en het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

Vraag 2
Bij het nemen van een hoekschop staat een speler van de tegenpartij niet op de vereiste afstand. De hoekschopnemer schiet de bal toch en de bal wordt door de doelverdediger onderschept. De scheidsrechter beslist:
A. Vrije trap voor de tegenpartij, omdat de hoekschopnemer had moeten wachten totdat de scheidsrechter ervoor gezorgd had dat de speler op de vereiste afstand ging staan.
B. Overnemen van de hoekschop.
C. Indirecte vrije schop voor de hoekschopnemer op de plaats waar de te dichtbij staande speler stond.
D. Overnemen van de hoekschop en een waarschuwing voor de verdediger door het tonen van de gele kaart.

Vraag 3
Een aanvaller weet met de bal onder controle de laatste verdediger te passeren en gaat recht op het doel af. De doelverdediger rent nu zijn doel uit en brengt de aanvaller in het strafschopgebied met een duw en op onreglementaire wijze ten val. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Een strafschop en een gele kaart voor de doelverdediger.
B. Een strafschop en een rode kaart voor de doelverdediger.
C. Een strafschop en een vermaning voor de doelverdediger.
D. Een strafschop.

Vraag 4
Kan een scheidsrechter op zijn beslissing terugkomen?
A. Dat mag hij altijd doen.
B. Dat mag hij alleen doen wanneer hij inziet dat de beslissing naar zijn oordeel of op advies van een andere wedstrijdofficial onjuist was, vooropgesteld dat hij het spel nog niet heeft hervat.
C. Dat mag hij alleen doen wanneer hij inziet dat de beslissing naar zijn oordeel of op advies van een andere wedstrijdofficial onjuist was, tenzij hij het spel heeft hervat, of het eind van de 1e of 2e helft heeft aangegeven en het speelveld heeft verlaten of de wedstrijd heeft beëindigd.
D. Dat mag hij nooit doen.

Vraag 5
Stelling 1:
Als een speler een scheidsrechtersbal wint en deze gelijk tegen de paal schiet mag hij de bal niet meer spelen.

Stelling 2:
Als er bij een scheidsrechtersbal een overtreding wordt gemaakt voordat de bal de grond heeft geraakt is de hervatting altijd een scheidsrechtersbal.

A. Alleen stelling 1 is goed.
B. Alleen stelling 2 is goed.
C. Beide stellingen zijn goed.
D. Beide stellingen zijn niet goed

 

 

 

Antwoorden: 

1

2

3

4

5

B

D

B

C

B