Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 3

Spelregels SAO

Donderdag 19 september stond de derde ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Tijdens het spel heeft een speler toestemming gevraagd en gekregen van de scheidsrechter om het speelveld definitief te verlaten omdat hij geblesseerd is. Lopend naar de zijlijn komt de bal in zijn buurt. Hij trapt de bal naar een medespeler die de bal gelijk net over het doel schiet. Wat zal de scheidsrechter nu beslissen?
A. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar deze de bal speelde.
B. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een doelschop.
C. Hij hervat het spel met een doelschop.
D. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Vraag 2
De verdedigende partij mag in het eigen strafschopgebied een vrije schop nemen. De doelverdediger trapt de bal naar een enkele meters verderop staande medespeler, die de bal terugspeelt. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij laat doorspelen.
B. Alleen door laten spelen als de bal rechtstreeks buiten het strafschopgebied is geplaatst en de doelverdediger de bal niet met zijn handen aanraakt.
C. Vrije schop laten overnemen.
D. Indirecte vrije schop voor de aanvallende partij waar de bal werd teruggespeeld.

Vraag 3
De nemer van een strafschop komt tijdens zijn aanloop ten val, maar krabbelt snel op en na enkele passen schiet hij de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij kent het doelpunt toe en laat aftrappen.
B. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
C. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije voor de tegenpartij.
D. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

Vraag 4
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler het speelveld uitstapt om zijn tegenstander, die al buiten de lijnen staat, een klap te geven. De scheidsrechter onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze moet het spel worden hervat?
A. Met een directe vrije schop.
B. Met een directe vrije schop of strafschop.
C. Met een indirecte vrije schop.
D. Met een scheidsrechtersbal.

Vraag 5
Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger in de war gebracht doordat op het moment van schieten van de bal een andere aanvaller plotseling hard schreeuwt. Wat beslist de scheidsrechter, indien de bal in het doel gaat?
A. Hij keurt het doelpunt af en hervat met een directe vrije schop tegen de schreeuwende aanvaller.
B. Hij laat de strafschop overnemen en toont de schreeuwende aanvaller een gele kaart.
C. Hij keurt het doelpunt af, hervat met een indirecte vrije schop tegen de schreeuwende aanvaller en toont deze de gele kaart.
D. Hij laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.

 

 

 

Antwoorden:

1

2

3

4

5

A

A

A

B

B