Spelregelvragen SAO Apeldoorn ronde 9

Spelregels SAO

Donderdag 22 november stond de negende ronde van de interne spelregelcompetitie op het programma. Bekijk hier de vijf spelregelvragen en de antwoorden.

Vraag 1
Tijdens de wedstrijd ontstaat ineens verwarring omdat een toeschouwer op een fluitje blaast. Wat beslist de scheidsrechter als een speler nabij de zijlijn de bal in zijn handen heeft genomen omdat hij van mening was dat de scheidsrechter had gefloten?
A. De scheidsrechter onderbreekt het spel en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding.
B. De scheidsrechter onderbreekt het spel en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats van de overtreding.
C. De scheidsrechter onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
D. De scheidsrechter onderbreekt het spel en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats van de overtreding. De speler die de bal in zijn handen pakte ontvangt de gele kaart.

Vraag 2
Met de bal tussen de benen geklemd slaagt een aanvaller er al huppend in het doelvlak van de tegenpartij volledig te passeren. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller. Men mag niet met twee benen aanvallen.
B. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
C. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller, omdat deze speelwijze gevaarlijk spel uitlokt.
D. Een aftrap na geldig doelpunt.

Vraag 3
Een toeschouwer probeert binnen het doelgebied de bal tegen te houden, die in het doel dreigt te gaan. Hij slaagt hierin. De bal rolt vervolgens over de doellijn buiten de palen. Wat is de spelhervatting?
A. Een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn het dichtst bij de plaats waar de bal werd geraakt..
B. Een doelschop.
C. Een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.
D. Een indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn het dichtst bij de plaats waar de bal werd geraakt.

Vraag 4
De doelverdediger stopt al vallend een schot van een aanvaller. Het schot is echter zo hard, dat de bal van zijn borst stuit. Op ongeveer 1 meter afstand staat een verdediger. Deze stopt de bal met de voet, waarna de doelverdediger de bal weer snel oppakt. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij bestraft de doelverdediger met een indirecte vrije schop wegens het tweemaal spelen van de bal.
B. Hij laat doorspelen.
C. Hij bestraft de verdediger met een indirecte vrije schop wegens het toespelen van de bal naar de doelverdediger.
D. Hij bestraft de doelverdediger met een indirecte vrije schop wegens het met de handen aanraken van een “terugspeelbal”.

Vraag 5 (open vraag)
Wanneer moet de scheidsrechter een strafschop toekennen?

 

 

 

 

Antwoorden:

1 2 3 4
C D A D

 

Vraag 5: Wanneer moet de scheidsrechter een strafschop toekennen?

  1. Als de bal in het spel is
  2. en een speler een overtreding begaat binnen zijn eigen strafschopgebied, welke met een directe vrije schop moet worden bestraft,
  3. of indien een speler buiten het speelveld een overtreding begaat waarvoor een directe vrije schop moet worden toegekend te nemen op het gedeelte van de doellijn dat onderdeel uitmaakt van zijn eigen strafschopgebied.