‘Van de Voorzitter’ (19)

ledenvergadering

In de negentiende ‘Van de Voorzitter’ vertelt René Beijen over zijn ervaringen als voorzitter en scheidsrechter van de SAO Apeldoorn. Lees snel verder.

Het was een donkere decemberavond. Het liep al tegen de Kerst toen negen getrouwen de daad bij het woord voegden. Een oprichtingsvergadering werd belegd, waarna meer dan de helft van deze leden tot het bestuur van de vereniging toetrad. Er was ook nog een toezegging dat zeven gelijkgestemden ook zouden toetreden tot deze illustere vereniging, terwijl vier anderen zonder opgaaf van redenen deze avond schitterden door afwezigheid. En zo geschiedde, dat op de dag dat Kerstavond werd gevierd, in het grote dorp Apeldoorn de scheidsrechtersvereniging voor de eerste maal het daglicht mocht aanschouwen. We schrijven hier december van het jaar 1927. In de dagen daarna spoedden de zeventien leden zich naar de woonstee van De Hoop. Allen hadden zij iets meegebracht om het feit te vieren. Wassink zijn kistjes, waarvan de spijkertjes akelig scherp uit de klosjes staken, Van Asselt zijn nieuwe sportsokken en De Groot zelfs zijn fluit. Na een amechtige draf door de koninklijke bossen werd hen een ander wonder onthuld door vrouwe De Hoop. Met een onnavolgbare zwaai ontdeed zij de schaal van het deksel en zeventien fors uitgevallen neuzen snoven de heerlijke geur op van versgebakken pannenkoeken. Het kon daar in Apeldoorn vanaf toen toch nooit meer stuk. “Leve Koning Voetbal”, riepen de mannenbroeders nog, voordat zij de aanval op de volle schaal pannenkoeken openden.

Met de bovenstaande tekst opende ik de avond van ons 90-jarig jubileum. Kerstmis een tijd van bezinning, de tijd om terug te kijken op het afgelopen jaar, de tijd van het licht, de tijd om nieuw initiatief te nemen. Als ik als bestuurslid terugkijk op 2017 dan kijk ik terug op een succesvol jaar. Stabiliteit binnen onze vereniging, goede initiatieven binnen onze vereniging en goede initiatieven bij de Apeldoornse voetbalfederatie en goede initiatieven met de scheidsrechtersverenigingen in Deventer en Zutphen. Als ik hierover nadenk, dan vind ik dat het goed gaat en dat we dit verder moeten uitbouwen in het komende jaar.

Als scheidsrechter kijk terug op een minder stabiel jaar. Ik heb goede wedstrijden afgewisseld met minder goede wedstrijden. Dit heeft ertoe geleid dat ik de gewenste promotie op een haar na heb gemist. Is dat erg? Ja, want ik wil graag het maximale presteren en ik vind dat mijn inzet onvoldoende is beloond. Is dat erg?  Nee, want ik blijf vierdeklassers fluiten en ook dit jaar ben ik weer voor het eerst bij nieuwe verenigingen geweest. Veel meer variatie dan een groep hoger.

Persoonlijk was het een ongewoon jaar. Ik begon het jaar met ziekte en het heeft mij veel tijd gekost om conditioneel weer op mijn oude niveau te  komen. Ik heb vorige maand mijn schoonvader verloren en ik ervaar het gemis. In hetzelfde jaar heb ik ook vele mooie momenten meegemaakt op het voetbalveld, in mijn gezin en op mijn werk. Met deze levenservaringen stap ik vol vertrouwen het nieuwe jaar in.

In het digitale vakblad “De Scheidsrechter” van december besteedt voorzitter Paul Hinke aandacht aan onregelmatigheden. Onregelmatigheden in -, op – en rondom het veld. Het was al aan de orde in het jaar 1927 en het is nog steeds aan de orde van de dag. Ik ben in werkzame leven “een man van de cijfers”. Geef mij cijfers, vertel mij welk verhaal je wilt vertellen en ik kan het onderbouwen met cijfers. Vertel mij ook nog even welke trend je wilt schetsen en ik zoek de variabelen erbij die de trend onderbouwen.  Ik zie het regelmatig in het Financieel Dagblad; beschouwingen van economen die haaks op elkaar staan en ze baseren zich allen op feiten, trends en ontwikkelingen.

De KNVB beroept zich op het feit dat de cijfers van incidenten en onregelmatigheden dalen. Is dat zo? Ik sluit mij aan bij de voorzitter van de landelijke COVS, elk incident is er één te veel. Elke scheidsrechter moet een incident melden, elke vereniging moet dit signaal serieus oppakken en wij als scheidsrechtersverenigingen moeten er 100% voor staan dat elk incident wordt gemeld en aangepakt. Maar dat begint ook bij de scheidsrechter zelf. Neem je verantwoordelijkheid en meld incidenten en onregelmatigheden. In het veld, rondom het veld of in de bestuurskamer. Maak duidelijk waar voor jou de grens ligt.

Is het echt zo dat de cijfers dalen? Het is net als met fietsendiefstal. Waarom aangifte doen als er toch niets mee gebeurd. Dit fenomeen kennen we toch allemaal. Het begint dat we het niet meer pikken dat onze fiets wordt gepikt en aangifte gaan doen.

Het begint met cultuurverandering die Paul Hinke benoemt. Deze cultuur van incidenten moet veranderen, dit is namelijk niet normaal. Noemt u mij maar eens een fatsoenlijke sport, zegt Paul, waar dit soort zaken ook op grote schaal voorkomen. Ik denk niet dat u een sport kunt noemen.

Is het zo dat de cijfers dalen? Ik ben scheidsrechter, ik heb mijn eigen ervaringen. Ik ben vroeg bij mijn wedstrijden en pik altijd nog wel een staartje mee van wedstrijden die voor mijn wedstrijd worden gespeeld. Ik ben lid van een scheidsrechterscommissie en hoor de verhalen van “mijn” clubscheidsrechters. Ik ben voorzitter van de SAO en ik ga regelmatig kijken bij één van onze leden. Ik sta dus regelmatig op en langs het veld. Ik was voetballer voordat ik scheidsrechter werd en heb in ruim 35 jaar vele potjes gevoetbald in diverse regio’s. Mijn mening is dat het aantal incidenten niet is afgenomen. Wie heeft er nu gelijk? De cijfers of mijn (subjectieve) waarneming? Het antwoord is niet relevant. Wat relevant is dat jij de grens aangeeft en incidenten meldt! Daar start de cultuurverandering.

Mijn bezinning is dan ook: een levenservaring, een spelervaring, jij bepaalt hoe jij daarmee om wilt gaan. Ook jij staat aan het begin van een cultuurverandering!

Zo wil ik het nieuwe jaar aangaan. Met deze instelling ga ik zo het openingswoord voor de nieuwjaarsreceptie van 3 januari 2018 schrijven.

Gelukkig nieuwjaar!

Met sportieve groet,
René Beijen

René Beijen

René Beijen – Voorzitter SAO Apeldoorn