Hoofdstuk 7 ‘Handleiding voor Scheidsrechters’ 1947

De SAO Apeldoorn publiceert delen uit de “Handleiding voor scheidsrechters” uit 1947. In dit artikel volgt hoofdstuk 7, dat gaat over ruw spel. Veel leesplezier!

Ruw spel
Een der moeilijkste onderdeelen van de taak van den scheidsrechter is het voorkomen en tegengaan van ruw spel. Een juiste omschrijving van dit begrip is in een paar woorden niet te geven. Voetbal is een spel van behendigheid, overleg en kracht. Begint de factor kracht de overhand te nemen of wordt het spel niet sportief gespeeld, dan kan ruw spel het gevolg zijn.

De oorzaken kunnen vele zijn, b.v. veete tusschen twee vereenigingen of spelers, ophitsing door het publiek, reactie op onsportief spel van de tegenpartij. onvoldoende kennis van het spel, waarbij gebrek aan vaardigheid, vervangen wordt door brute kracht, het willen aanjagen van angst aan de tegenpartij om deze te verhinderen haar gewone spel te ontwikkelen, onvoldoende beheersching van het spel door den scheidsrechter, waardoor de spelers zich zelf recht verschaffen, het niet bestand zijn tegen het verliezen van een wedstrijd, het willen winnen van een wedstrijd tegen elken prijs, met welke opsomming de voorraad lang niet is uitgeput.

Het speekt vanzelf, dat in ieder bizonder geval de scheidsrechter anders dient op te treden, afhankelijk van oorzaken en omstandigheden. Slechts deze vaste richtlijn kan men geven, dat de scheidsrechter zooveel mogelijk moet zorgen. dat hij het spel van den beginne af straf in de hand houdt en de teugels eerst viert, Wanneer hij zeker is, dat de wed- strijd in een goeden, sportieven geest Wordt gespeeld. Echter dreigen ook hier gevaren. Tracht de scheidsrechter zijn gezag te vestigen door het links en rechts uitdeelen van straffen. dan kan daardoor een dusdanige verbittering tegen den scheidsrechter ontstaan, dat de goede stemming geheel wordt bedorven. De macht van de persoonlijkheid van den leider werkt in zulk een geval soms meer uit dan het kwistig uitdeelen van straffen.

Komen twee ploegen in het veld met het vaste voornemen om een wrok op elkaar te koelen, dan is de taak van den scheidsrechter zeer zwaar, omdat de spelers dan vaak tevoren het plan hebben om hun bedoelingen toch uit te voeren en zich niet door bestraffingen van hun stuk te laten brengen. Het gezag van den scheidsrechter komt daardoor niet alleen in gevaar, doch hij dient er zich rekenschap van te geven, dat onder zijn leiding slechts een demonstratie van sport gegeven mag worden. Ontaardt het spel in een vertooning, waarbij sport bijzaak en het den vrijen loop geven aan onbeheerschte hartstochten hoofdzaak dreigt te worden, dan deinze de scheidsrechter er niet voor terug de krachtigste maatregelen te nemen.

Tal van wedstrijden zijn ook verruwd door het gebrek aan tact of door onbekwaamheid van den scheidsrechter; hij mag derhalve niet nalaten bij het overwegen der oorzaken ook zelfcritiek uit te oefenen, waarbij hij zich moet afvragen, of wellicht zijn onjuist optreden tot de onaangename stemming aanleiding heeft gegeven.

Voor wat betreft gevaarlijk spel zij verwezen naar elders in deze uitgave.

Ten slotte willen wij nog wijzen op de voorname rol, welke vereenigingsbesturen kunnen spelen bij het voorkomen van ruw spel t.w. door het niet-opstellen van ruwe spelers in hun elftallen. Zij dienen zich bewust te zijn van den invloed ten goede, welken zij kunnen uitoefenen op de sportieve opvattingen van de spelers, die hun vereeniging in wedstrijden vertegenwoordigen.

Indien bestuursleden, die overwicht op de spelers bezitten, hun goeden invloed aldus aanwenden, zal de opvoedende werking, welke in dit opzicht van het bestuur uitgaat, niet gering zijn. Wanneer daarentegen de besturen een passieve of onverschillige houding tegenover dit zoo belangrijke onderwerp innemen of zelfs de spelers stijven en aanmoedigen om in hun ruw spel te volharden, dan is er niet veel goeds te verwachten en springt -vergeleken met de eerst besproken categorie- hun gebrek aan moreel verantwoordelijkheidsgevoel duidelijk in het oog. Men mag daarom verwachten, dat in de toekomst de clubleiders meer en meer aansprakelijk  worden gesteld voor het ruwe gedrag van de spelers van hun vereeniging, althans voor zoover dit een min of meer chronisch karakter draagt en zich niet beperkt tot onverwachte uitingen van onbeheerschtheid onder invloed van plotselinge heftige gemoedsbewegingen.